Kindernevendienst 29 maart 2020

Vertelling 4–7 jaar

Hagel

Mozes en Aäron hebben tegen de farao gezegd: ‘U moet het volk Israël vrij laten.’ Maar hij doet het niet. Zelfs toen het water van de Nijl zo rood werd als bloed, wilde de farao niet luisteren. Hoe moet het nu verder?

Vroeg in de ochtend gaan Mozes en Aäron naar de farao. ‘Luister, Farao,’ zeggen ze. ‘U móet het volk Israël laten gaan. Want anders… anders komt er verschrikkelijke hagel. Dat heeft de Heer gezegd.’

Farao kijkt even naar boven, naar de lucht. ‘Ha ha!’ roept hij. ‘Hagel? Hoe kan dat nou? Ik zie geeneens een wolk! Jullie maken zeker een grap. Ha! Ha!’ En hij tegen zijn bedienden zegt hij: ‘Jullie geloven het toch ook niet? En jullie moeten er zeker ook hard om lachen?’ De bedienden maken een buiging en lachen een beetje. ‘Hagel,’ zeggen ze. ‘Dat kan helemaal niet. Wat dom zeg, van Mozes en Aäron.’ Maar sommige bedienden gaan daarna snel naar huis. Ze roepen hun knechten binnen en brengen hun dieren naar de stal. ‘Vlug!’ zeggen ze. ‘Het gaat straks heel hard hagelen.’

Mozes en Aäron zijn intussen naar buiten gelopen. Ze kijken naar de blauwe lucht. Dan steekt Mozes zijn arm uit. Zijn arm met zijn staf. Meteen komen er donkere, zware wolken. Het gaat stormen zoals het nog nooit gestormd heeft. Er komen hagelstenen zo groot als zwerfkeien. De planten op het land worden vernield en voor mensen en dieren is het buiten niet vol te houden. Maar in het gebied waar de Israëlieten wonen, blijft het droog.

En de farao? Nu hij de dikke hagelstenen ziet, gelooft hij dat Mozes en Aäron gelijk hebben. Hij stuurt een wagen met een stevig dak om ze op te halen. En in het paleis zegt hij: ‘Ik heb het verkeerd gedaan. De Heer is goed, maar ik en mijn volk… Wij zijn schuldig. Bid tot de Heer dat de hagel ophoudt, dan zal ik het volk laten gaan.’ Mozes gaat naar buiten. Hij heft zijn handen op naar de hemel. Op dat moment wordt het weer droog.

Maar toch laat de farao het volk niet gaan. ‘Het was gewoon een erge storm,’ zegt hij tegen zijn bedienden. ‘Maar nu is het gelukkig weer over!’

Judith vd Wetering

Werkvormen 4-7 jaar

Gesprek: Wat voor weer is het vandaag? Het weer kan ook heel anders zijn. Wat vind je fijn weer? Welk weer vind je niet fijn? Is er ook weer dat je bang maakt? Waarom?

Spel: Ga om een tafel zitten. Laat samen horen hoe het klinkt als het heel zacht begint te regenen door met je vingertoppen op de tafel te tikken. Hoe klinkt het als het iets harder gaat regenen? En nog harder? Hoe klinkt het als het gaat hagelen? Dan tik je met je nagels op tafel. Als de hagel op het hardst is, laat je het weer langzaam minder worden. Totdat het weer helemaal droog is.

Creatief: Maak een onweerswolk. Nodig: geel, grijs en wit papier, schaar, zwarte wol, lijm of plakband. Knip uit het grijze papier een onweerswolk. Knip uit geel papier twee bliksemflitsen en plak ze op de wolk. Knip uit wit papier hagelstenen, plak ze elk aan een draad wol en plak deze onderaan de wolk.

Vertelling 8–12 jaar

Farao moet luisteren

Het is erg en het wordt alsmaar erger. Wat kunnen Mozes en Aäron nog doen? Ze hebben gezegd dat de farao het volk Israël moet laten gaan. Ze hebben gezegd dat hij moet luisteren naar de Heer. Maar Farao? Die trekt zich er niets van aan. ‘Met de Heer heb ik niets te maken,’ zegt hij. ‘Hier in Egypte hebben we andere goden!’ Farao wijst naar de muren van zijn paleis. Daarop zijn tekeningen gemaakt van de goden van Egypte. De godin van de Nijl, de godin met het kikkerhoofd, de god die beschermt tegen insecten, de god met het koeienlijf en nog veel meer. ‘Ik heb de Heer echt niet nodig,’ lacht de farao. ‘Ik heb goden genoeg!’

‘Toch moet u luisteren,’ waarschuwt Mozes. ‘Laat het volk gaan, anders zal de Heer het in Egypte laten hagelen. Dan wordt de hele oogst verwoest en kan geen mens meer veilig over straat.’ De farao schudt zijn hoofd. ‘Onmogelijk,’ zegt hij. Hij kijkt even zoekend langs de muren en wijst dan: ‘Zie je die god daar? Die beschermt de oogst. En deze hier is er speciaal voor het graan.’ Mozes en Aäron zuchten. ‘Écht, farao, u móet luisteren!’ roept Mozes. ‘Anders wordt het een ramp. Zorg dat mensen en dieren naar binnen gaan.’

‘Ha ha!’ antwoordt Farao. ‘Jullie willen me bang maken! Nou, dat gaat mooi niet lukken. En mijn bedienden ook niet, toch?’ De bedienden maken een beleefd buiginkje, mompelen een half verstaanbaar ‘u hebt gelijk, Farao’ en maken zich uit de voeten. Sommige gaan meteen naar huis. Ze halen hun knechten binnen en brengen hun dieren naar de stal.

Even later staan Mozes en Aäron weer buiten. ‘En nu?’ vraagt Aäron. Mozes houdt zijn arm met de staf omhoog. Op hetzelfde moment komen er donkere wolken en begint het in heel Egypte verschrikkelijk te hagelen. Alleen in het gebied waar de Israëlieten wonen blijft het droog.

Als de farao ziet wat er gebeurt, wordt hij bang. Hij laat Mozes en Aäron halen en zegt: ‘Nu weet ik dat ik fout zat. Die God van jullie is een rechtvaardige God. Ik en mijn volk zijn schuldig.’

Mozes en Aäron denken aan de bedienden van de farao die snel naar huis zijn gegaan. Farao is schuldig, denken ze. Maar zijn hele volk? Maar nog voor ze daar iets van kunnen zeggen, gaat Farao verder: ‘Vraag alsjeblieft aan de Heer of hij de hagel laat stoppen. Dan laat ik het volk Israël gaan. Beloofd!’

Buiten heft Mozes zijn handen naar de hemel. Op hetzelfde moment wordt het droog in het hele land. Maar de farao laat het volk toch niet gaan. ‘Ze blijven hier,’ zegt hij. ‘Ik ben de baas!’

Mattijs Weegenaar

Werkvormen 8-10 jaar

Gesprek: De natuur is prachtig, maar kan ook bedreigend zijn: golven in de zee, een lawine, de bliksem die inslaat, een zware storm… weet je nog meer voorbeelden? Als zwaar weer verwacht wordt, wordt soms een code rood waarschuwing gegeven. Wat betekent dat en wat kun je dan het beste doen? Wat doen de dienaren van de farao als ze horen dat God het zal laten hagelen? Wat vind je daarvan?

Creatief: Laat de kracht van de natuur zien. Maak een narcis. Nodig: eierdoos, schaar, lijm, takje of satéprikker, verf. Knip drie ‘cupjes’ uit een eierdoos. Knip twee cupjes op de hoeken in tot de bodem en knip de zijkanten in de vorm van blaadjes. Plak ze op elkaar zodat je acht bloemblaadjes ziet. Knip de rand van het derde cupje rond. Zet dit op de bloemblaadjes. Steek een takje of satéprikker door de bloem. Schilder de narcis geel. (Zie voor een voorbeeld www.kindopzondag.nl)

11-12 jaar lGesprek: Er zijn natuurkrachten die groter en sterker zijn dan wij mensen. In het verhaal is het hagel die alles vernietigt. Welke natuurkrachten ken je nog meer? Wat kunnen mensen doen om die krachten tegen te houden? Of kunnen ze alleen leren om zich er zo goed mogelijk tegen te beschermen? De kracht van God is ook groter dan die van ons. Wanneer merk je iets van die kracht?

Discussie: Het klimaat verandert en extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Hoe merken we dat in Nederland? Bijvoorbeeld hogere temperaturen, zeer droge zomers. Wat zijn de gevolgen? Wat kun je eraan doen? Of kunnen we het toch niet veranderen en kun je net zo goed niets doen? Praat er samen over.